Foto: LG

De tijd dat je subsidies of groenestroomcertificaten kreeg wanneer je als particulier investeerde in zonnepanelen is al even achter de rug. Toch blijven er voldoende redenen over om nu toch al zonnepanelen te leggen. Zelfs met de komst van de slimme, digitale meter.

De verkoop van zonnepanelen lag in 2019 op het hoogste niveau in zeven jaar. Daarmee lijken ze het niveau van tijdens de subsidiejaren (2006-2012) terug te benaderen. De groei was het sterkst bij bedrijven, maar ook de Vlaamse gezinnen deden hun duit in het zakje met 53.000 installaties. Dat blijkt uit (nog onvolledige) cijfers die de krant De Tijd opvroeg bij minister van Energie Zuhal Demir (N-VA).

Laten we in dit artikel even kijken of investeren in zonnepanelen dit jaar de moeite waarde is, los van het ecologische aspect.

Wat kosten zonnepanelen anno 2020?

In ons rekenvoorbeeld gaan we voor een gemiddeld gezin uit van een jaarlijks elektriciteitsverbruik van 3.500 kWh. Voor een installatie van 10 of meer zonnepanelen (afhankelijk van het vermogen en grootte van elk paneel) komt de prijs dan uit op ongeveer 7.000 euro all-in.

De prijs is afhankelijk van verschillende zaken: het type dak waarop de zonnepanelen moeten worden verankerd (plat of hellend dak), de leidingswerken die eventueel moeten gebeuren en het feit of de woning ouder is dan tien jaar. Is de woning jonger dan tien jaar, dan dient er 21 procent BTW betaald te worden, in plaats van 6 procent.

Wat brengt dat nu zoal op? De prijs voor 1 kWh elektriciteit bedraagt vandaag zo’n 0,27 euro. Met een opbrengst van 3.500 kWh spaar je dus jaarlijks 945 euro aan elektriciteit uit.

Maar voor een zonnepaneleninstallatie moet sinds 2015 jaarlijks het prosumententarief worden betaald. Dat is een extra tarief voor particulieren die zowel elektriciteit produceren als consumeren. Voor onze installatie van 3.500 kWh bedraagt dat prosumententarief meer dan 300 euro.

Het prosumententarief wordt berekend door het tarief van de netbeheerder te vermenigvuldigen met het maximale AC-vermogen van jouw omvormer (uitgedrukt in kW).

Dat prosumententarief moet je vervolgens aftrekken van de jaarlijkse besparing aan elektriciteit. Dus 945 euro minus 300 euro is 645 euro. Rest ons nog de kostprijs (7.000 euro) te delen door dit bedrag om tot een terugverdientijd te komen. Voor de installatie ins ons voorbeeld heb je de initiële investering na ongeveer 11 jaar terugverdiend.

Als je weet dat zonnepanelen zeker minstens 25 jaar meegaan (het vervangen van de omvormer niet meegerekend) dan kan je nog bijna 14 jaar profiteren van gratis stroom.

Om de 8 à 12 jaar duikt er wel een bijkomende kost op. Dan zal je de omvormer moeten worden vervangen door een nieuw exemplaar. Dat zal je normaal maar éénmaal moeten doen voor de levensduur (25 jaar) van je installatie.

Ook zonder budget kan je starten, met een groene lening

Dat initiële bedrag hoef je zelfs helemaal niet gespaard te hebben: voor het plaatsen van zonnepanelen kan je bij de meeste banken een groene lening aangaan. En dat aan interessante rentevoeten: op het moment van het schrijven (februari 2020) zien we rentevoeten van 1,75 à 1,8 procent.

Voor een leenbedrag van 7.000 euro (aan 1,75 procent) is de maximale looptijd 42 maanden, metr een maandelijkse afbetaling van 172 euro. De totale rente op het einde van de rit bedraagt slechts 220 euro.

De maandelijkse afbetaling bedraagt dus 172 euro maar ondertussen zal je (zie bovenstaande berekening) maandelijks bijna 54 euro minder moeten betalen voor je stroomfactuur (645 euro gedeeld door 12 maanden). Netto betaal je maandelijks dan nog maar ongeveer 118 euro.

Wat met de introductie van de digitale meter?

Zoals aangegeven in het decreet rond de invoering van de digitale meters in Vlaanderen, zal het prosumententarief op termijn verdwijnen. De digitale meter zal immers nauwgezet de werkelijke stroomafname en de injectie van stroom op het net kunnen bijhouden.

Voor de digitale meter gemeengoed is geworden, werd er een voorlopige regeling uitgewerkt. Wie voor het eind van 2020 zijn zonnepanelen in gebruik neemt of al heeft in gebruik genomen, heeft twee opties.

Je blijft ofwel 15 jaar lang (vanaf de datum van ingebruikname van je installatie) in het huidige systeem van het prosumententarief en de terugdraaiende meter (zelfs virtueel met nieuwe digitale meter) ofwel stap je over naar het nieuwe tariefsysteem dat de Vlaamse Regulator (VREG) zal ontwikkelen. Daarbij betaal je nettarieven op alle elektriciteit die je van het net haalt. Dit systeem bevoordeelt gebruikers die overdag de zelf opgewekte stroom ook gaan verbruiken. Op de website van de VREG kan je dit simuleren.

Als je vandaag nog zonnepanelen laat installeren is die keuze tussen de opties definitief. Je kan er achteraf niet meer op terugkomen. Vanaf 2021 is de compensatie met prosumententarief voor nieuwe installaties niet meer mogelijk.

De eerste optie – met terugdraaiende teller – is bovendien niet helemaal zeker nu de Vlaamse Regulator (VREG) deze regeling aanvecht voor het Grondwettelijk Hof.

Reageer