Fotografie: alle tips op een rij

moederdag

Wanneer je naar een nieuw fototoestel begint te lonken, zijn er altijd een aantal factoren die je keuze kunnen beïnvloeden. We lijsten ze graag even voor je op, met duiding van de verschillende mogelijkheden die je als amateur-, aspirant- of beroepsfotograaf zoal krijgt aangereikt.

1. Megapixels: méér is niet altijd beter

De beeldsensor, het kloppend hart van de camera, zal gaan bepalen hoe goed het licht wordt omgezet in een foto. De beeldsensor is opgebouwd uit miljoenen beeldpunten of pixels. Hoe meer pixels in een beeld, hoe scherper en fijner de foto en hoe groter men de foto kan afdrukken, zonder aan kwaliteit in te moeten boeten. Maar sowieso hangt de kwaliteit van een foto af van meer dan enkel het aantal megapixels die je camera biedt.

Meer megapixels niet altijd beter

 

2. De optiek

Voor de kwaliteit van een digitaal fototoestel is niet enkel het digitale binnenwerk verantwoordelijk. Ook de ingebouwde optische elementen, zoals de lens, spreken een hartig woordje mee. Naast de zoomverhouding, let je best ook op de brandpuntsafstand of de groothoek.

Alles over optische zoom en brandpuntsafstand

3. Lenzen

Het eindresultaat van je foto hangt voor een groot deel af van je objectief. Gebruik je een spiegelreflex- of systeemcamera (bij een compactcamera kan je de lens niet veranderen!) is het dus belangrijk dat je een degelijk objectief in huis haalt dat voldoet aan jouw noden.

In objectieven wordt door de meeste fotografen stevig geïnvesteerd, een lens gaat ook langer mee dan de eigenlijke camera. Het is beter om te besparen op je camera en te investeren in een goede lens.

Objectieven worden specifiek gemaakt door de verschillende merken. Een Canon lens past niet op een Nikon-body en omgekeerd. Dus als je voor een cameramerk kiest, dan is dit een bewuste keuze op lange termijn wat betreft je lenzen. Sommige fabrikanten werken wel met eenzelfde standaard. Olympus, Leica en Panasonic maken gebruik van de Four Thirds-standaard zodat hun lenzen onderling uitwisselbaar zijn. Naast de lenzen van de camerafabrikanten zijn er nog andere producenten waaronder Sigma en Tamron, die objectieven maken voor de verschillende cameramerken.

Hoe je komt tot het juiste objectief, hangt van verschillende factoren af.

Hoe kies ik de juiste lens?

4. Digitale of optische beeldstabilisatie

Wanneer niet genoeg licht wordt doorgelaten door het objectief, moet voor een goede belichting de sluitertijd verhoogd worden. Maar langere sluitertijden betekenen doorgaans bewegingsonscherpte. Om dit te compenseren beschikken veel camera’s over een ingebouwde beeldstabilisator, die eventuele trillingen door de hand tegenstuurt.

Een digitale stabilisatie is in feite een trucje waarbij ISO en sluitertijd een boost krijgen, en soms de foto wordt verscherpt via software. Optische beeldstabilisatie (OIS) is waar het om gaat, of die nu zit ingebouwd in de lens of de beeldsensor. De OIS zal de beweging van je handen compenseren bij trage sluitertijden aan de hand van bewegingssensoren. Hierdoor krijg je minder of geen wazige foto’s.

De beeldstabilisatie kan dus ingebouwd zitten in de camera, maar ook in het objectief zelf, zoals bij de digitale reflexcamera’s van Canon en Nikon. Bij Nikon zal je bij een objectief de aanduiding VR (Vibration Reduction) terugvinden. Bij Canon heet het IS (Image Stabilisation). Nadeel is dat deze objectieven duurder zijn. De digitale spiegelreflexen van Sony hebben de beeldstabilisator ingebouwd in de body.

5. LCD-scherm vervangt de klassieke zoeker

Vandaag de dag vind je op zo goed als elke camera een lcd-scherm voor de compositie van de foto. Die lcd-schermen worden trouwens ook steeds groter, 3-inch is al lang geen uitzondering meer – maar niet altijd helderder of beter. Let daarom niet enkel op de schermgrootte – uitgedrukt in inch en diagonaal gemeten – maar ook op de pixeldichtheid en de helderheid. Een hogere resolutie of pixeldichtheid zal ervoor zorgen dat er meer details te zien zijn, en dat de menu’s van het toestel beter leesbaar zijn. Een ideale test is naar het lcd-scherm kijken in fel zonlicht.

De grootte van het scherm heeft gevolgen voor de menu’s die kleiner zullen zijn afgebeeld.

Ook een aanraakscherm komt steeds meer voor. Of dit nuttig voor jou is of eerder een gimmick, zal je eerst eens moeten uittesten. Het staat wel vast dat steeds meer toestellen een aanraakscherm krijgen en dat dit dus meer de regel dan de uitzondering wordt.

Hier en daar is de optische zoeker vervangen door een elektronische zoeker (EVF – Electronic ViewFinder). Deze elektronische versie toont de foto zoals de lens ze ziet – een beetje vergelijkbaar met de digitale spiegelreflexcamera’s. Vooral in telezoom-situaties is dat handig – omdat je dan de camera dichter bij je houdt als je de zoeker gebruikt.

Bovendien is een ander leuk voordeel van digitaal fotograferen dat je meteen ook kan zien of een foto gelukt is. De mogelijkheden bij het afspelen van een foto verschillen sterk van model tot model. Het kan gaan om een eenvoudige diashow, tot zelfs bewerkingen zoals het corrigeren van rode ogen, het toepassen van artistieke filters, of diashows met knappe overgangen en muziek.

6. Instellen: automatisch of manueel?

Een compactcamera bevat steeds een automatische modus waarbij de camera zelf op zoek naar de meest ideale instellingen om de foto te nemen, inclusief het al dan niet gebruik van de flitser. Je hoeft enkel nog scherp te stellen en af te drukken voor een geslaagde foto. De automatische knop krijgt doorgaans het gezelschap van de P-stand, die het diafragma en de sluitertijd bepaalt, maar de rest aan jou overlaat.

Wens je toch creatiever te zijn dan wat de automatische modus toelaat? Kies dan toch voor de manuele instellingen.

7. Design

Koop nooit een digitale camera zonder hem eerst getest te hebben. Of hij goed in de hand ligt en het design zijn even belangrijk als de beeldkwaliteit.

Vandaag zijn er compactcamera’s in meer kleurtjes dan ooit tevoren. Je zal dus zeker en vast je gading vinden in het overweldigende aanbod aan kleuren.

Ben je een echte avonturier of buitenmens dan kies je best voor een compactcamera met een water-, schok- en stofbestendig ontwerp. Zo hoef je je geen zorgen te maken over de robuustheid van het toestel.

Een kleinere camera zal minder plaats hebben voor snel toegankelijke knoppen. Je zal dus sneller in het menu moeten duiken. Indien je vooral automatisch fotografeert zal dat geen probleem vormen. Wie echter wat meer fotografisch is aangelegd, zal een rechtstreekse knop zeker weten te appreciëren.

Bij de camera’s met verwisselbare lenzen krijgen spiegelreflexcamera’s stevige concurrentie van systeemcamera’s. Deze laatste zijn compacter en bieden gelijkwaardige resultaten, waardoor ze een meer dan degelijk alternatief vormen voor de grotere en dikkere spiegelreflexen.

8. Opslag

Geheugenkaarten

De geheugenkaart is de moderne variant van het filmrolletje. Deze bevestig je in een speciaal daartoe voorzien plekje in de camera. Geheugenkaarten zijn vlot verkrijgbaar en je kan er gerust meerdere aankopen, of kiezen voor een met meer opslagcapaciteit. De hoeveelheid geheugen, uitgedrukt in megabytes (MB) en gigabytes (GB), bepaalt hoeveel foto’s je op het geheugenkaartje kan bewaren.

Er zijn heel wat types van geheugenkaarten waaruit een keuze moet gemaakt worden. De meest gebruikte is de SD Card (Secure Digital), met varianten als miniSD, microSD en SDHC. Andere geheugenkaarten zijn CompactFlash, MemoryStick en xD-Picture Card. Een 2GB SD heb je op het moment van schrijven al voor rond de 15 euro.

Hou dus bij de aankoop van een digitale camera er rekening mee om een budget uit te trekken voor deze geheugenkaarten.

Archiveren op dvd, externe harde schijf of online

Voor het echt archiveren zijn geheugenkaarten nog wat duur. Beter is bijvoorbeeld te denken aan een dvd-writer waarbij je onnoemelijk veel foto’s kwijt kan op één dvd-schijfje. Zo kan je bijvoorbeeld ook een afgewerkte diashow op dvd branden zodat je deze kan afspelen op televisie.

Even handig en met meer schijfruimte is een externe harde schijf. Let er op of deze werkt met een losse stroomadapter (die je dus altijd bij zal moeten hebben) of zijn stroom haalt via de usb-kabel vanaf de pc, Mac of laptop. Een derde alternatief is het archiveren op bv. Flickr.

9. Batterijen

Op het vlak van batterijen voor je fototoestel, zal je ook op voorhand keuzes moeten maken.
Zo bestaan er oplaadbare, vaak lithium-ion batterijen, die je moet opladen via een aparte batterijlader. Dit type van batterij zingt het langer uit dan de losse AA-batterijen die bij goedkopere modellen zitten. Het voordeel van losse batterijen is wel dat je ze wereldwijd kan vinden. Je hebt in principe geen stroomaansluiting nodig om nieuwe stroom voor je camera te hebben.

Om te bepalen hoeveel foto’s je kan nemen met één batterijlading, gebruiken de meeste fabrikanten de CIPA-norm voor de batterijtijd. De CIPA (Camera & Imaging Products Association) baseert zich op een doorsnee gebruik van het fototoestel: de helft van de tijd gebruik je een flits, terwijl het lcd-scherm steeds wordt gebruikt om foto’s achteraf te bekijken.

10. Software

Nu we digitaal fotograferen kijken we niet langer op een fotootje meer of minder. Al deze foto’s komen doorgaans op een computer terecht.
Na verloop van tijd de juiste foto terugvinden in een bestand met duizenden foto’s is geen sinecure. Gelukkig zijn er programma’s die ons daarbij helpen. De bekendste zijn Apple iPhoto (enkel voor de mac), Google Picasa, ACDSee Photo Manager of Corel Paint Shop Pro Photo.

Deze programma’s leggen een catalogus aan van je foto’s waarbij je aan de hand van trefwoorden, locatie, enzovoort op termijn makkelijker een foto moet kunnen terugvinden. Je kan er ook vlot foto’s mee afdrukken, branden op een cd/dvd, en vaak zelfs opsturen naar online fotowinkels of uploaden naar websites als Facebook of Flickr.

In deze programma’s zitten ook eenvoudige tools om de foto’s te bewerken. Bijvoorbeeld de foto verkleinen/vergroten, uitsnijden, roteren, regelen van helderheid en contrast enzovoort.

Wil je foto’s nog uitgebreider gaan bewerken zoals de echte professionals, kan je kiezen voor programma’s als Aperture, Adobe Photoshop Lightroom, Adobe Photoshop CS4. Met deze programma’s kan je creatieve filters toepassen op de foto’s en uitgebreid kleuren en belichting gaan aanpassen.

Tip! Als je zelf thuis de foto’s wil afdrukken, mag een goede fotoprinter niet ontbreken. Voor het eenvoudiger overzetten van de foto’s van de camera naar de computer, kan een geheugenkaartlezer een handige optie zijn.

 11. Filmpjes opnemen

Diensten als YouTube hebben het maken van home video’s een serieuze boost gegeven. De filmfunctie op je digitale camera is dan ook heel belangrijk geworden.
Ook digitale camera’s focussen zich steeds meer op de filmfunctie. Waar je het amper een paar jaar geleden nog met lage resolutiebeelden moest stellen, is een filmresolutie van Full HD min of meer de norm geworden.

Verder pakken camera’s ook meer en meer uit met extra filmopties, zoals slow motion en beeldstabilisatie. De filmfunctie is dus zeker een eigenschap die je in de gaten moet houden bij het aankopen van een nieuwe camera.

12. Flitsen

Elke camera, of het nu gaat om een compact toestel of een reflex, heeft een ingebouwde flitser.
Die laat je toe om tot enkele meters een onderwerp extra te belichten. Het is dan ook compleet nutteloos om de flitser te gebruiken om bijvoorbeeld foto’s vanop de 50ste rij van een nachtelijk rockconcert te nemen. In fel daglicht kan je de flitser gebruiken om harde slagschaduwen te vullen met licht of gezichten van personen op te lichten bij fel tegenlicht.

Sommige fotocamera’s kunnen uitgerust worden met een extra, krachtige flitser die verder reikt dan de inbouwflitser. Het grote voordeel van deze flitsers is dat je het licht via de muren of het plafond kan laten ‘botsen’ en niet enkel frontaal een persoon belichten. Deze flitsers, die soms ook draadloos te gebruiken zijn, afhankelijk van het model, hebben hun eigen batterijen.

13. Filters

Tegenwoordig kan je in een degelijk fotoprogramma achteraf nog heel wat bewerkingen uitvoeren die het effect van een optische filter nabootsen. Maar een filter op de camera gebruiken geeft je nog betere resultaten, en maakt van jou een betere fotograaf. Zo zijn er UV-filters, polarisatiefilters, ND-filters, kleurfilters, skylight-filters…